Geschiedenis van Bijnieruitputting

Je had misschien nog nooit van Bijnieruitputting gehoord, maar Bijnieruitputting is helemaal geen moderne ziekte of pas iets van de laatste jaren. In de 19e eeuw waren er voor het eerst dokters die een verzwakte bijnierfunctie ontdekten, en is het sindsdien is dan ook verscheidene malen bij patiënten vastgesteld.

De Ziekte van Addison, Cushing en Bijnieruitputting

De term Bijnieruitputting bestond nog niet tot 1998, toen chiropractor en natuurarts Dr. James Wilson verschillende symptomen begon waar te nemen bij vermoeide en uitgeputte patiënten. Tot dan toe stond Bijnieruitputting dan ook bekend als niet-Addison hypoadrenia, bijnier neurasthenie, subklinische hypoadrenia, adrenale apathie, neurasthenie en diverse andere namen.

De geschiedenis van Bijnieruitputting gaat liefst een paar eeuwen terug tot 1800, toen leerden dokters voor het eerst over de functie van de bijnieren en hoe ze je lichaam beïnvloeden. Het was Thomas Addison die in 1855 voor het eerst de Ziekte van Addison beschreef. Door extreem onderactieve bijnieren wordt er dan geen of onvoldoende cortisol en aldosteron aangemaakt. Tot aan dat punt waren de bijnieren een mysterie voor dokters, maar 70 jaar na de ontdekking van Dr. Addison kwam er een golf aan onderzoek over de bijnieren en een nieuw terrein namelijk de endocrinologie.

Ver in de 19e eeuw gingen dokters bijnierextracten van varkens gebruiken om de Ziekte van Addison en hypoadrenia te behandelen. De eerst bekende behandeling hiermee was gedaan door een dokter genaamd Sir William Osler in 1898, precies 100 jaar nadat Dr. Wilson sub-klinische hypoadrenie Bijnieruitputting noemde. Hoewel zijn eerste pogingen niet succesvol waren, zouden bijnierextracten later een erg populaire behandeloptie worden, ondanks dat ze uiteindelijk zijn vervangen door een goedkoper synthetisch alternatief.

Tijdens de 20er, 30er en 40er jaren zijn duizenden patiënten wereldwijd gediagnosticeerd en behandeld voor Bijnieruitputting. Echter werd de diagnose Bijnieruitputting op een gegeven moment steeds minder vaak vastgesteld. Er was in de eerste plaats geen test nauwkeurig genoeg om Bijnieruitputting vast te stellen en hypoadrenia kreeg niet de erkenning die de Ziekte van Addison wel had. Endocrinologen richtten zich op ziektes en aandoeningen die duidelijker te diagnosticeren en behandeld konden worden. Uiteindelijk verdween Bijnieruitputting eigenlijk van de radar tot eind jaren 90, toen het werk van Dr. Wilson in combinatie met nauwkeurigere speekseltesten dokters in staat brachten om op een betrouwbare wijze de diagnose Bijnieruitputting vast te stellen.

Dat de diagnose Bijnieruitputting controversieel is, kun je Hier lezen. Bijnieruitputting wordt niet erkend door grote delen van de medische gemeenschap ondanks de erkenning van andere bijnier aandoeningen zoals de Ziekte van Addison en het Syndroom van Cushing. Het syndroom van Cushing is vernoemd naar een beroemde Amerikaanse neurochirurg, Harvey Cushing (1869-1939), die voor het eerst dit ziektebeeld beschreef. Het syndroom van Cushing wordt veroorzaakt door (meestal langdurige) blootstelling aan verhoogde spiegels van het bijnierschorshormoon cortisol.

Dankzij de inspanningen van dokters en natuurartsen als Dr. James Wilson, Dr. Michael Lam, Dr. Richard Shames, Dr. Christiane Northrup en vele anderen, is de bewustwording ervan aan het toenemen in de medische gemeenschap.

Voorstanders van het bestaan van Bijnieruitputting zeggen dat de wereld momenteel opgedeeld is in twee groepen, mensen met de Ziekte van Addison en gezonde mensen, met niks ertussen in en dat is wel erg kort door de bocht. Zij vinden ook dat moderne laboratoriumtesten referentie waardes gebruiken die te breed zijn om minder ernstige vormen van verzwakte bijnieren zoals Bijnieruitputting vast te stellen.

Tegenstanders van de diagnose Bijnieruitputting beweren dat de ziekte is bedacht, en dat juist omdat er een ernstige ziekte bestaat (Ziekte van Addison) dat nog niet automatisch betekent dat er een mildere vorm aan gerelateerd is.  Een ander genoemd argument is dat de medische geschiedenis bol staat van tijdelijk populaire ziektes en dat Bijnieruitputting hier slechts één van is. Het tegenargument hierop is dat de medische boeken ook vol staan van ziektes die eerst door iedereen ontkend waren alvorens zij erkend werden als echte ziekte en behandeld werden.

Gelukkig begint het bestaan van Bijnieruitputting zich steeds verder te verspreiden in de medische gemeenschap.