Diagnose: 3 Manieren van testen op bijnieruitputting

Het diagnosticeren van Bijnieruitputting op basis van één test of symptoom is onmogelijk. Om een accurate diagnose te stellen moeten doktoren en natuurartsen kijken naar een aantal testen, welke soms meerdere keren herhaald dienen te worden. Dit vereist ervaring en diepgaande kennis over de verschillende systemen in ons lichaam en soms ook geduld. Het kan wel twee of drie bezoekjes aan de dokter duren voordat je zeker kunt zijn dat je Bijnieruitputting hebt.

Er kan op verschillende manieren getest worden of je Bijnieruitputting hebt:

  • Standaard hormoontesten
  • Testen door natuurartsen
  • Subjectieve fysieke testen

Standaard hormoontesten testen op cortisol en diverse schildklier hormonen. Deze testen zal je huisarts je waarschijnlijk geven. Natuurartsen kijken naar de verhoudingen van verschillende hormonen en neurotransmitters om een beter beeld te krijgen van hoe een patiënt zich voelt. En tot slot zijn er meer subjectieve fysieke testen ontwikkeld toen Bijnieruitputting pas ontdekt was. Deze kun je zelf doen

Om bijnieruitputting correct vast te stellen is laboratoriumonderzoek in combinatie met feedback van de patiënt gewenst (bijvoorbeeld via vragenlijsten die vergelijkbaar zijn met deze Bijnieruitputting quiz). Op die pagina vind je een kort overzicht van de belangrijkste testen die gebruikt kunnen worden om Bijnieruitputting vast te stellen.

Cortisol Testen

De meest gehanteerde laboratorium test om Bijnieruitputting vast te stellen is zoals je wellicht al verwacht, de cortisol test. Maar er zijn meerdere types cortisol testen, en het correct interpreteren van de resultaten is ook belangrijk.

Afhankelijk van zijn en jouw voorkeur, kan een dokter een speeksel, bloed of urinetest afnemen om de hoogte van je cortisol te meten. Tegenwoordig is men het erover eens dat de speekseltest het meest nauwkeurig is, aangezien het een betere schattig geeft van de cortisol waardes in de cellen, waar de hormonale reacties ook plaatsvinden. Onthoudt dat het belangrijk is om goed gehydrateerd te zijn voor je een speekseltest doet – uitdroging kan de uitslag beïnvloeden.

Een enkele meeting of zelfs een 24-uurs gemiddelde is niet voldoende. De betere cortisol testen nemen 4 individuele steekproeven op verschillende tijdstippen van de dag om zo je cortisol waardes over 24 uur in kaart te brengen. Onze cortisol waardes variëren namelijk drastisch, de waardes beginnen hoog en nemen vervolgens gedurende de rest van de dag af en bereiken ’s nachts hun laagste punt. Meestal betekent dit ongeveer een afname van 80%, wat heel normaal is. Je dokter of natuurarts moet dus niet alleen je gemiddelde cortisol waardes zien, maar ook de hoogte van de ochtendpiek en hoe scherp vervolgens de waardes afnemen.

Het interpreteren van de uitslag kan moeilijk zijn voor een dokter met weinig ervaring in Bijnieruitputting. De referentie waardes voor de cortisol testen zijn zo breed dat er alleen iets mis lijkt te zijn bij extreem lage cortisol waardes. Je dokter of natuurarts kan dus beter zelf de test resultaten interpreteren en kijken naar hoe deze resultaten zich vertalen naar jouw situatie.

Als laatste is het dus van belang dat je dokter of natuurarts zich ervan bewust is dat er meer dan één cortisol test nodig is tijdens de behandeling van Bijnieruitputting. Zodra de diagnose gesteld is en je bent begonnen met de behandeling, zijn speekseltesten ideaal om tussentijds in de gaten te houden hoe je cortisol waardes weer normaal worden.

ACTH-stimulatietest

De ACTH-test meet de hoeveelheid adrenocorticotroop hormoon (ACTH) in het bloed. ACTH is een hormoon dat aangemaakt wordt door de hypofyse, een belangrijke klier in de hersenen voor de hormoonproductie. De hormonen werken in op organen, weefsels en andere klieren en spelen een rol bij de regulatie van tal van systemen door het gehele lichaam.

De hypofyse maakt het hormoon ACTH en scheidt het uit om de productie van cortisol in de bijnieren te stimuleren. Cortisol is belangrijk voor de regulatie van de stofwisseling (glucose, eiwit en vetten), onderdrukking van de immuunrespons en het behouden van een goede bloeddruk.

Deze test laat de reactie van je bijnieren op stress zien. Als er een gezonde toename van cortisol optreedt, dan zijn je bijnieren waarschijnlijk in redelijk goede staat. Is dit niet het geval dan suggereert dit hypoadrenia.

Schildklier Testen

Je vraagt je misschien af wat je aan een schildkliertest hebt als je Bijnieruitputting wilt vaststellen. De complexiteit van het menselijk lichaam wil het zo dat het ene gedeelte van het endocriene systeem (de HPA as), niet onafhankelijk van het andere deel kan bestaan (de schildklier). In het algemeen, zijn er verbindingen en relaties tussen elk systeem in het lichaam, en een zwakte in het ene systeem kan zich makkelijk vertalen in veranderingen in een ander systeem.

Het blijkt dat in geval van Bijnieruitputting een verslechtering in de hypothalamus en hypofyse (de andere gedeeltes van de HPA as) kan leiden tot een verminderde schildklierfunctie. In andere woorden als de bloedtesten wijzen op Hypothyreoïdie (een tekort aan schildklier hormonen), kan het onderliggende probleem best eens Bijnieruitputting zijn.

Er zijn een verschillend aantal testen voor de schildklierfunctie, allemaal bloedtesten. Hieronder vind je een korte samenvatting van de meest belangrijke. Net als bij de cortisol test zou je dokter verder moeten kijken dan de standaard referentiewaardes. Het is tegenwoordig zelfs gewoon om een milde Hypothyreoïdie vast te stellen ondanks dat de resultaten binnen de referentiewaardes liggen.

TSH

De test meet de hoeveelheid thyroïd stimulerend hormoon (TSH) in het bloed. TSH wordt gemaakt in de hypofyse, een belangrijke hormoonproducerende klier in de hersenen. TSH zorgt ervoor dat steeds de juiste hoeveelheid schildklierhormoon (T4 en T3) wordt aangemaakt. Schildklierhormoon regelt het gebruik van energie in het lichaam; het heeft een soort thermostaatfunctie.

Wanneer er te weinig schildklierhormoon gemaakt wordt, krijgt de hypofyse het signaal om TSH te maken, dat vervolgens de schildklier stimuleert tot productie van schildklierhormoon. Omgekeerd, wanneer er te veel schildklierhormoon in het bloed aanwezig zijn, zal de hypofyse het signaal krijgen om minder TSH te maken, en gaat de schildklier vervolgens minder hormoon maken.

De meeste afwijkingen van de schildklier hebben tot gevolg dat er te weinig of juist te veel schildklierhormoon gemaakt wordt. Dat leidt tot vele lichamelijke symptomen. Bij een overactieve schildklier zijn dat o.a.: een snelle hartslag, gewichtsverlies, nervositeit, trillende handen, geïrriteerde ogen, slaapproblemen en een gejaagd gevoel.

T3 (FT3)

De test meet de hoeveelheid trijodothyronine (T3) in bloed. T3 is een van de twee belangrijkste hormonen die door de schildklier wordt geproduceerd. Het andere hormoon is thyroxine of T4. De productie bestaat voor 90% uit T4 (dat wordt opgeslagen) en slechts 10% is T3. T4 is vergeleken met T3 relatief inactief, maar kan in de lever en in andere weefsels worden omgezet in het veel actievere T3. In het bloed is een heel klein percentage (circa 0,3%) T3 aanwezig als vrij hormoon (FT3). Het overgrote deel is gebonden aan eiwitten. In het laboratorium kan zowel vrij T3 als totaal T3 worden bepaald.

Het lichaam heeft een terugkoppelingssysteem dat de productie van schildklierhormoon kan aan- of uitzetten. Zodra de concentratie schildklierhormoon (T4 of T3) in het bloed daalt, wordt er door de hypofyse (een hormoonproducerend orgaan onderaan de hersenen) thyroïd stimulerend hormoon (TSH) geproduceerd, dat de schildklier aanzet tot de productie en/of afgifte van opgeslagen T4. T4 wordt vervolgens in de lever en andere weefsels omgezet tot het meer werkzame T3. Als de concentratie schildklierhormoon in bloed weer stijgt dan daalt de TSH productie van de hypofyse weer. Er is dus sprake van een terugkoppelingsmechanisme van schildklierhormoon (met name T3) op de hypofysaire TSH productie.

Het meten van T3 in plaats van of naast FT4 (vrij T4) of totaal T4 kan soms extra informatie over het functioneren van de schildklier opleveren. Dit met name als de normale diagnostiek via TSH en FT4 niet voldoet.

T4 (FT4)

De test meet de hoeveelheid thyroxine (T4) in bloed. T4 is een van de twee hormonen die worden geproduceerd door de schildklier. Het andere hormoon is trijodothyronine of T3. De productie bestaat voor 90% uit T4 (dat wordt opgeslagen) en slechts 10% is T3. T4 is vergeleken met T3 relatief inactief, maar kan in de lever en in andere weefsels worden omgezet in het veel actievere T3.

In het bloed is een heel klein percentage T4 aanwezig als vrij hormoon (ca. 0,03% is ongebonden). Het overgrote deel is gebonden aan eiwitten, vooral het thyroxine-bindend eiwit (TBG). Alleen het vrije T4(FT4) is in staat om hormonale werking uit te oefenen, hiervoor moet het eerst in de weefsels worden omgezet in T3. In het laboratorium wordt meestal alleen het FT4 bepaald.

Het lichaam heeft een terugkoppelingssysteem dat de productie van schildklierhormoon kan aan- of uitzetten. Zodra de concentratie schildklierhormoon (FT4 of T3) in het bloed daalt, wordt er door de hypofyse (een hormoonproducerend orgaan in de hersenen) thyroïd stimulerend hormoon (TSH) geproduceerd, dat de schildklier aanzet tot de productie en/of afgifte van opgeslagen T4. FT4 wordt vervolgens in de lever en andere weefsels omgezet tot het meer werkzame T3. Als de concentratie schildklierhormoon in bloed weer stijgt dan daalt de TSH productie van de hypofyse weer. Er is dus sprake van een terugkoppelingsmechanisme van schildklierhormoon (met name T3) op de hypofysaire TSH productie.

Bij bepaalde aandoeningen wordt er te veel FT4 (hyperthyreoïdie) of te weinig FT4 (hypothyreoïdie) door de schildklier geproduceerd. Een overactieve schildklier, en dus een overmaat FT4, gaat gepaard met een verhoogde stofwisseling, met als gevolg een verhoogde hartslag, nervositeit, gewichtsverlies, moeilijk slapen, trillende handen en kenmerkende uitpuilende ogen. Bij vrouwen kan het ook lijden tot een onregelmatige menstruele cyclus. Een te langzaam werkende schildklier, en dus een te lage productie van FT4, kan leiden tot gewichtstoename, droge huid, gevoel van koude, moeheid en bij vrouwen tot zware menstruaties.

De meeste schildklieraandoeningen ontstaan door autoimmuunziekte, zoals de ziekte van Graves (hyperthyreoïdie) en Hashimoto’s schildklierontsteking (hypothyreoïdie). Ander oorzaken voor een verstoorde schildklierfunctie (zowel hyper- als hypothyreoïdie) zijn: een schildklierontsteking (thyreoïditis), schildklierkanker of een verstoord TSH terugkoppelingssysteem.

Testen door natuurartsen

In aanvulling op de testen hierboven zijn er een aantal testen die meer inzicht kunnen geven in de relatieve verhoudingen van de verschillende hormonen en neurotransmitters in je lichaam. Deze testen zullen zelden door een gewone dokter worden besteld, maar je natuurarts zal hier wat vaker naar grijpen.

Cortisol / DHEA Ratio

Deze test kan ons vertellen op welk punt van Bijnieruitputting een patiënt zich bevindt. In de eerste fases van een stressreactie zullen zowel cortisol als DHEA waardes hoog zijn. Maar zodra het lichaam moeite begint te krijgen om voldoende stresshormonen te produceren, beginnen DHEA waardes af te nemen. Simpel gezegd gebeurt dit omdat de productie van stresshormonen,  de productie van sekshormonen gaat dwarsbomen om genoeg stresshormonen te kunnen produceren. Verderop in de ontwikkeling van Bijnieruitputting beginnen cortisol waardes ook af te nemen. Dus deze ratio, in combinatie met andere testen en informatie, helpt om vast te stellen in welke fase van Bijnieruitputting een patiënt zich bevindt.

17-HP / Cortisol Ratio

17-hydroxyprogesteron (17-HP) is een precursor van cortisol, in andere woorden het is één van de bouwstenen die het lichaam gebruikt om cortisol te maken. Bij mensen met Bijnieruitputting zie je gewoonlijk hogere waardes van 17-HP in vergelijking met cortisol, omdat de bijnieren moeite hebben om 17-HP om te zetten naar cortisol.

Testen van Neurotransmitters

Tot dusverre is er alleen gesproken over hormonen, maar neurotransmitters zijn een belangrijk onderdeel van ons endocriene systeem. Deze chemische boodschappers, zenden berichten uit tussen onze cellen en, net als cortisol kunnen ze uitgeput raken na lange periodes van stress. Met de recente ontwikkelingen in testprocedures is het tegenwoordig mogelijk om de neurotransmitter waardes van een patiënt te vergelijken met de referentiewaardes van gezonde personen. Deze test wordt vaak meteen na het opstaan in de morgen uitgevoerd en slechts door een beperkt aantal laboratoria gedaan.

Alternatieve Testen

Toen Bijnieruitputting voor het eerst bekend werd bestonden veel van bovenstaande testen niet eens. Om toch Bijnieruitputting vast te kunnen stellen, ontwikkelden doktoren een serie van fysieke testen die snel in de praktijk van een dokter of thuis uitgevoerd kunnen worden. Het moge duidelijk zijn dat deze testen veel minder accuraat zijn dat de bloed, speeksel en urine testen die hierboven worden genoemd, en mocht je positief testen kan dat best ook duiden op andere gezondheidsproblemen buitenom Bijnieruitputting. Echter kunnen deze testen handige aanvullende testen zijn in combinatie met bijvoorbeeld een cortisol test.

De iris reactie Test

Voor het eerst werd deze test beschreven door Dr. Arroyo in 1924, deze test meet het samenknijpen van de iris als gevolg van een herhaaldelijke blootstelling van licht in een donkere ruimte. Bij mensen met een verminderde bijnierfunctie, zo wil de theorie, kan de iris zich minder lang samenknijpen.

Ga om deze test uit te voeren in een donkere ruimte voor een spiegel zitten. Pak een zaklamp en schijn dit vanaf de zijkant van je gezicht langs je ogen. Als je bijnieren uitgeput zijn dan zullen je pupillen zich niet langer dan 2 minuten kunnen samenknijpen en zullen ze weer groter worden ondanks dat er licht op schijnt. Bij mensen met gezonde bijnieren zal het samenknijpen van de iris veel langer aanhouden.

lagere bloeddruk na het opstaan

Als we opstaan ervaren mensen in goede gezondheid vaak meteen een stijging van hun bloeddruk. Aan de andere kant ervaren mensen met Bijnieruitputting geen verandering in hun bloeddruk, of zien zelfs een verlaging. Algemeen genomen laat een flinke daling van je bloeddruk bij het opstaan een zwaarder geval van Bijnieruitputting zien.

Dit is een erg simpele test om thuis uit te voeren. Gebruik je bloeddrukmeter en meet je bloeddruk terwijl je ligt. Sta vervolgens op en meet dan je bloeddruk nog eens.